Rijden in een automaat na je rijbewijs: de meest gemaakte fouten
Je hebt je rijbewijs eindelijk op zak. Gefeliciteerd! De wereld ligt aan je voeten.
Maar dan stap je in een auto die alles net even anders doet. Geen koppelingspedaal, geen schakelpook, maar gewoon een gaspedaal en een rem. Welkom in de wereld van de automaat.
Hoewel het rijden in een automaat vaak als makkelijker wordt ervaren, lopen starters vaak tegen dezelfde muur aan: ze denken dat het 'vanzelf gaat', maar niets is minder waar.
Er zijn een aantal valkuilen waar bijna iedere beginner in trapt. In dit artikel bespreken we de meest gemaakte fouten bij het rijden in een automaat na het behalen van je rijbewijs. Want ja, ook al heb je je papiertje, een automaat vraagt om een andere mindset.
1. De 'rechtervoet-luiheid' en het ongemakkelijk remmen
De grootste aanpassing voor iemand die net vanuit een schakelauto komt, is het pedaalgebruik. In een schakelauto zit je rechtervoet constant te wisselen tussen gas en koppeling.
In een automaat ligt je voet constant op het pedaal. Het gevolg?
Veel beginners raken lui met hun rechtervoet. De fout die hier vaak uit voortvloeit, is het 'gas geven met de hiel en remmen met de teen'. Dit klinkt misschien handig, maar het is onveilig en oncomfortabel.
Je remmen worden niet soepel ingedrukt, waardoor je bij het stoppen een klein schokje geeft. Bovendien is je reactiesnelheid minder als je met de teen moet remmen.
De oplossing: Gebruik je rechtervoet precies zoals je leerde in de schakelauto. De hiel rust op de vloer en de voet wisselt soepel tussen gas en rem. Je hoeft niet tegelijkertijd te doen. Zolang de auto rijdt, rust je voet op het gaspedaal. Zodra je moet vertragen of stoppen, verplaats je je voet direct naar het rempedaal.
2. De versnellingspook verkeerd hanteren
Veel automaat-rijders hebben een vaste gewoonte die ze uit de schakelauto meenemen: de pook vasthouden. In een automaat is dat niet nodig en soms zelfs schadelijk voor de koppeling.
De meest gemaakte fout hierbij is het onnodig doorschuiven van de pook tijdens het rijden. Een ander veelvoorkomend probleem is het verkeerd inschakelen van de 'standen'. De letters P, R, N en D staan vaak in een lijn, en soms schakel je per ongeluk van D (Drive) naar R (Rijden) terwijl je nog 50 km/u rijdt.
Dat is een ramp voor je versnellingsbak. Ook de N (Neutrale) wordt vaak verkeerd gebruikt.
Beginners denken dat ze tijdens het uitrollen op de rem moeten schakelen naar N. Dat is niet nodig. Blijf in D staan tot je stil bent.
Een specifieke fout bij het parkeren is het direct op de 'P' zetten voordat de auto volledig tot stilstand is gekomen. Je hoort een harde 'klonk' als je de pook te vroeg in de P zet. Doe dit nooit.
Het gevaar van P op de helling
Laat de auto eerst volledig tot rust komen, zet de handrem (of elektronische parkeerrem) aan en schakel dan pas naar P.
Dit ontlast de parking-pawl, een klein pinnetje in de versnellingsbak dat je auto op zijn plek houdt.
3. Te hard accelereren en onnodig toeren
Een automaat voelt soepel en krachtig aan. Omdat je niet hoeft te schakelen, kun je je focussen op slim en energiezuinig rijden.
Dit leidt vaak tot een andere valkuil: te veel toeren maken. In een schakelauto hoor je aan het geluid wanneer je moet opschakelen. In een automaat doet de auto dit voor je, maar hij schakelt pas als het écht nodig is.
Rijd je bijvoorbeeld in de sportstand (S) of gebruik je de flippers achter het stuur niet, dan blijft de motor soms te lang op hoge toeren draaien. Dit verbruikt meer brandstof en is harder voor de motor op de lange termijn.
Daarnaast is het verleidelijk om bij een stoplicht meteen vol gas te geven.
De auto trekt fel op, maar dat is vaak niet nodig. Een soepele, geleidelijke acceleratie is beter voor je brandstofverbruik en comfortabeler voor je passagiers.
4. Rijden in de verkeerde stand
Automaten hebben tegenwoordig vaak meer standen dan alleen P, R, N en D. Er zijn standen als L (Low), B (Brake) of S (Sport).
Een veelgemaakte fout is het continu rijden in de verkeerde stand. Rijd je bijvoorbeeld in de bergen en laat je de auto in D staan, dan zal de automaat proberen om zo hoog mogelijk te schakelen om brandstof te besparen. Dit zorgt ervoor dat je motor afremt op de helling, maar hij schakelt soms te laat terug.
Hierdoor moet je remmen harder werken en kan de auto oververhitten. Gebruik bij het afdalen van een steile helling de 'L' (Low) of de 'B' (Brake) stand.
Dit houdt de versnelling laag, waardoor de motor meer remkracht geeft en je remmen minder slijten. Beginners vergeten dit vaak en laten de auto in D 'glijden', met als gevolg dat ze constant op de rem moeten trappen.
5. De auto laten 'rollen' zonder controle
Een schakelauto rolt bijna automatisch stil als je de koppeling intrekt. Een automaat daarentegen wil blijven lopen.
Zodra je in D staat, beweegt de auto langzaam vooruit zonder dat je gas geeft. Dit is handig in filevorming, maar gevaarlijk als je denkt dat de auto vanzelf tot stilstand komt.
Veel beginners vertrouwen te veel op de 'crawl'-functie van de auto. Ze laten de auto langzaam rollen en remmen pas op het allerlaatste moment. Dit zorgt voor een agressieve rijstijl en geeft bestuurders achter je geen tijd om te reageren. Als je voor het eerst met een automaat de snelweg op gaat, is het belangrijk om de auto actief te besturen.
Gebruik de rem om de snelheid te bepalen, niet om de auto tot stilstand te dwingen op het laatste moment.
In een automaat is het remmen vaak de enige manier om volledige controle over je snelheid te hebben zonder onnodig gas te geven.
6. Te veel afleiding door het scherm en de knoppen
Modieuze automaten, vooral die van merken als Tesla, BMW of Volkswagen, zitten vol met schermen en aanraakknoppen. De grootste fout die je als beginner kunt maken, is te veel afleiding zoeken in het bedieningspaneel.
Wanneer je net je rijbewijs hebt, ben je nog onzeker over de basishandelingen.
Als je dan ook nog moet zoeken naar de knop voor de climate control, de rijmodus of de cruisecontrol op een groot touchscreen, kijk je te lang weg van de weg. Focus eerst op het rijden voordat je alle toeters en bellen gaat verkennen. Zet de airco aan voordat je rijdt, en leer de bediening van de cruisecontrol uit je hoofd zodat je niet hoeft te kijken hoe je hem instelt. Veel moderne auto's hebben spraakbesturing; leer die gebruiken zodat je je handen aan het stuur houdt.
7. Vergeten dat de auto nog aan staat
Dit klinkt misschien dom, maar het gebeurt dagelijks. In een schakelauto voel je aan de trillingen en het geluid dat de motor draait.
In een moderne automaat is de motor zo stil en soepel dat je soms vergeet dat de auto aan staat.
De fout die hieruit voortvloeit is het uitstappen terwijl de auto nog in D staat (of in plaats van P). Als je uitstapt en de auto staat nog in D, rolt deze vanzelf door. Dit is extreem gevaarlijk.
Gelukkig heeft bijna elke moderne automaat een veiligheidsfunctie: de auto schakelt automatisch naar P als je de gordel losmaakt en de deur opent (zolang je geen gas geeft). Maar vertrouw hier niet op. Maak er een gewoonte van om altijd expliciet te controleren of je in P staat en de handrem aan staat voordat je de sleutel (of de fob) meeneemt.
Conclusie
Rijden in een automaat na het behalen van je rijbewijs is een verademing. Je hoeft niet meer na te denken over koppeling en schakelen, waardoor je meer aandacht kunt besteden aan het verkeer om je heen.
Toch zijn er genoeg valkuilen voor beginners. Van het verkeerd gebruiken van je voeten tot het verkeerd hanteren van de versnellingspook.
Door bewust te zijn van deze veelgemaakte fouten, rijd je niet alleen veiliger, maar bespaar je ook nog eens brandstof en slijtage aan je auto. Neem de tijd om te wennen aan de specifieke eigenschappen van jouw automaat. Oefen in een lege straat, leer hoe je correct remt, en vooral: blijf relaxed. Je rijbewijs heb je niet voor niets gehaald, en met een automaat wordt autorijden vaak net een stukje leuker.
